Onderduik, verraad en verzet

4 en 5 mei AmsterdamEen wandeling met verhalen op locaties

Deze wandeling vond plaats op 4 mei 2022, 12:00 — 14:00 en 15:00 — 17:00, en was gratis.

In samenwerking met het 4 en 5 mei Comité Amsterdam werd de  WANDELING over ONDERDUIK, VERRAAD en VERZET in de Noord-Jordaan aangeboden.
In de overbevolkte wijk de Jordaan vonden onderduik, verraad en verzet dicht naast elkaar plaats.
Op locaties worden verhalen verteld over verzetsmensen zoals Jan de Vries (1902 – 1984). De Vries woonde met zijn gezin in de Palmstraat op nummer 77, 2 hoog-achter.
verzetsman
© Piet Hermans Photography
Sue Bloemhard (links) en Saar Visbeen (rechts), waren in 2016 leerlingen van het Cartesius Lyceum en reconstrueerden toen onder begeleiding van Jos Sinnema het levensverhaal van Jan de Vries. Op de foto tonen zij een foto van De Vries als dienstplichtige (1920).
Veel communistische verzetsmensen werden na de Februaristaking opgepakt en naar concentratiekampen gestuurd. Jan de Vries overleefde Dachau.

Verhalen die tijdens de wandeling zijn verteld, gaan over:

Sinti’s die ondergedoken de oorlog overleefden; Duifje Bruising-Van Os van wie het merendeel van haar familie is vermoord; de Winkel van Sinkel van Lazarus Cohen; een onderduikkamer in een kolenzaak; over NSB-ers in de wijk; over communistische verzetsmensen; over joodse slagers; over een joodse journalist, over de dichter Lucebert die in zijn jonge jaren met de nazi’s zou hebben gesympathiseerd.

Het wandelgebied is begrensd en ook de tijd, zodat een selectie uit de vele verhalen wordt gemaakt.

Onderduik

Kosjer Schafthuis, De Eerste Aanleg, Elandsgracht 106. Rebekka Oppenheijm-de Vries, staand in de deuropening, is vermoord in Auschwitz. Naast haar ‘meneer Boeken’. Daarnaast haar twee kleindochters: Saartje links en Rebecca rechts, die beiden de verschrikkingen overleefden.

In samenwerking met journalist Max Arian en zijn nicht Marjon de Klijn organiseerde het Jordaan Museum in 2013 in café De Eland een herdenkingsbijeenkomst met aansluitend een wandeling. Marjon Klijn is de dochter van Saartje Witteboon (links op de foto) en Max Arian de zoon van Rebecca Witteboon (rechts).
In het kosjere schafthuis De Eerste Aanleg kwamen veel grossiers en venters. Het stond op naam van Rebekka (Bekka) Oppenheijm-de Vries maar was van haar dochter, Mietje Witteboon-Oppenheijm, de grootmoeder van Max en van Marjon.
Bekka woonde achter de winkel en haar dochter met haar man en hun twee kinderen Saartje en Rebecca Witteboon op 1-h.
De werkdag van Mietje Witteboon-Oppenheijm begon circa 4.00 uur in de ochtend. Ook de groente- en fruitmarkt aan de Marnixstraat ontwaakte op dat uur.
In de dubbele etalage lag aan de ene kant de vis, kuit en bokking en aan de andere het kosjere brood, galles en kadetjes, uit de bakkerij in de Rozenstraat van Simon Schellevis, getrouwd met een zus van Mietje. Vooral op de vrijdagen kwamen de christenklanten vis halen.
Max: ‘In 1929 moesten ze verhuizen omdat het hele rijtje huizen werd afgebroken om plaats te maken voor de nieuwbouw, die er nog altijd staat.

‘Ik laat jullie niet weghalen’

Max vertelde dat Hein Papavoine, die een groentewinkel had op de hoek Elandsstraat 121/ Hazenstraat, meteen na de eerste razzia met zijn handkar naar de familie Oppenheim in Weesperstraat ging. Hein  zei: ‘Ik laat jullie niet weghalen.’ Papavoine heeft de familie ondergebracht op Elandsstraat 100, bg en 100, 2h.
Max Arian: ‘Hein Papavoine heeft ons gered, en dat deed hij samen met caféhouder Leurink, destijds exploitant van wat nu café Saarein is.
Max Arian en zijn moeder konden – gescheiden van elkaar – onderduiken in Limburg. Lees hierover het verhaal van Max.


Onderduik

Van nakomelingen van de familie Weiss en die van hun onderduikfamilie De Oude werd op 5 mei 2016 voor het eerst een groepsfoto gemaakt.  Vlnr: Galit Brassem Weiss (zoon van Zanna Brassem Weiss), onbekend, Tiny Breet-de Oude, Grietje Theunis-de Oude, onbekend, Zanna Brassem Weiss, onbekend, Greetje de Oude, Sabina Achterbergh, onbekend en onbekend. Foto ©Mieke Krijger.

De Sinti-familie Weiss bracht in 2016 een muzikaal eerbetoon  aan hun onderduikfamilie De Oude. Tiny, Greet en Griet de Oude, waren aanwezig bij dit eerbetoon, dat plaatsvond in Palmstraat 92A waar het Jordaanmuseum destijds was gehuisvest.
Midden in de oorlog vluchtte de familie Weiss voor de razzia’s in de Achterhoek naar Den Haag. Tot uiterste nood gedreven, reisden ze vervolgens naar Amsterdam. Zes leden van de familie Weiss klopten aan op het adres Vinkenstraat 55 a-b.
In de documentaire op AT5 bekijken Sabine Achterbergh, haar oudtante Zanna Weiss-Brassem en Galit, zoon van Zanna, op dit onderduikadres de schuilkelder, samen met de kleindochter van onderduikverleners Freek en Annie de Oude.
In de film speelt Roma Mirando viool. Hij volgde zijn vader Tata Mirando op in het Koninklijk Zigeunerorkest. Mirando is de artiestennaam voor Weiss.


Verraad

Bloemgracht 82

Een verslag op de website In mijn buurt. Leren door ontmoeting.
Verraden en op 25 april 1945 vermoord op het adres Bloemgracht 82, 3h zijn:

Durk Wolters, Ko Stevense en Jan Keune, maakten deel uit van de sabotagegroep van de Raad van Verzet. Zij waren ondergedoken op het adres Bloemgracht 82, 3h, dat een uitvalbasis was voor het verzet en waar ook wapens waren opgeslagen. Na verraad werden zij daar op 25 april 1945 gefussileerd.
Een achternicht van Ko Stevense ontdekte veel fouten in de gedenksteen die was geplaatst in de gevel van Bloemgracht 82 . Zij zette zich ervoor in dat een nieuwe werd geplaats. Deze werd in 2014 onthuld.

Verzet

44 gevallen kameraden

Tijdens bijeenkomsten werd indringend duidelijk dat nabestaanden van verzetsmensen worstelen met de vraag of hun dierbaren, veelal communisten, zijn opgepakt en op transport gesteld als represaille voor het uitroepen van de Februaristaking op de Noordermarkt.
Aanknopingspunten voor onderzoek  biedt de lijst Jan de Vries (1902–1984). Zelf overleefde De Vries verschillende concentratiekampen. Na thuiskomst herdacht hij vierenveertig ‘gevallen kameraden’ met het opstellen van een lijst met hun namen en adressen – vrijwel alle in de Jordaan.
Van velen schreef De Vries gegevens op formulieren ten behoeve van een gedenkboek dat de CPN (=Communistische Partij Nederland) wilde uitgeven. Deze partij benaderde haar leden actief en deelde al de verzamelde gegevens met het Rijksbureau voor Oorlogsdocumentatie. Het NIOD (= Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) heeft tot de dag van vandaag de taak de Erelijst van Gevallenen 1940-1945 op betrouwbaarheid te controleren en zo nodig aan te passen.

Gedenkboek

Het Gedenkboek heeft de CPN nooit gepubliceerd. Wel zijn de gegevens en bijbehorende documenten bewaard gebleven en ondergebracht in het IISG (= Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis). Het IISG heeft dit archief geordend en aangevuld, vervolgens online gezet – met de vermelding dat de lijst niet compleet is.
Op deze IISG-lijst staan 1100 personen waarvan er 383 in Amsterdam woonden. Dat is 38,26 %. De gegevens over de vermoorde communistische verzetsmensen uit Amsterdam vindt u op de website van het IISG Archiefnummer ARCH00347 en inv. nrs. 135-200 Hoeveel van hen in de Jordaan woonden, weten wij (nog) niet. Ook niet hoeveel verzetsmensen in de wijk geen lid waren van de CPN.  De vierenveertig ‘gevallen kameraden’ die op de lijst van Jan de Vries staan, woonden vrijwel allen in de Noord-Jordaan. Portretten van hen vonden wij op de website van het IISG of kregen wij van nabestaanden.

Jan de Vries, 1902-1984 – samensteller lijst
Lijst Jan de Vries, beschikbaar gesteld aan het Jordaan Museum door Kitty Hofboer-de Vries, de kleindochter van De Vries.
Lijst gevallen kameraden transcriptie
Willem Buurman, 1899-1944 Auschwitz
Cornelis Carstens 1909-1942 Dachau
Willem Cerneus, 1909-1942 Gross Rosen
Cornelis Engelander 1909-1942 Neuengamme
Pieter de Hondt, 1900-1942 Amersfoort
Piet F. Lensen, 1899-1942 Sachsenhausen
Cornelis Marinus, 1909-1944 Natzweiler
Jaap Onsia, 1903-1943 Dachau
Chris Weeling, 1902-1942 Gross Rosen